  |

|
 |
|
|
|
|
hoe moet ik dit zien, hoe kan ik dit duiden
soms begrijp ik de mensen totaal niet meer
waar gaat het heen als je de taal niet begrijpt
de tekens niet kan lezen, de beelden vervormd zijn
wiens schuld is het dan, dat we elkaar niet begrijpen
elkaar naar het leven staan, het paradijs verwoesten
wie ben jij dan, blauwe plekken op je ziel
waarom zo boos op dingen die voorbij zijn?
ik reik je mijn hand, pak die hand aan
als jij het maar wil, dan zijn we het eens
voel dat liefde zoveel mooier is dan haat
de weg ligt dan weer open met ruimte voor ons twee
leg neer je wapens, strijk toch de zeilen
verzacht je scherpe tong, heb elkander lief
|
|
|
|
 |
 |
Vraag me niet wat ik morgen wil
|
hier staan de schoenen ze zijn zo blauw
elke rimpel in het leer is gemaakt door jou ik omarm ze maar ze zo zijn leeg zonder jou ze staan op je kist, zoals je wou
zo ben je die dag uit mijn leven gestapt
zonder schoenen, koffers en mijn omhelzing nu rest mij slechts een paar schoenen zo blauw
dat is voor altijd mijn herinnering aan jou
|
|
|
 |
 |
|
|
wie ik ben dat snapt alleen de maan
ik besta uit kleine zilv’ren schijven
geen kwartier zal ik meer overslaan
tot er niets meer over zal blijven
|
|
 |
 |
 |
|
|
|
|
mijn huis is zonder ramen
de vensters zonder glas
de deuren zwarte gaten
hier wordt niet meer gewoond
ik zag het in je ogen
de dag dat je mij verliet
zou je hetzelfde hebben gedaan
als ik de blik in je ogen had verzacht
zou je hetzelfde hebben gedaan
als ik had mogen zeggen wacht, wacht, wacht
je had het kunnen zien
helder in mijn ogen
je had het kunnen zien
maar je zag het
niet
|
|
 |
 |
 |
|
|
eindeloos mooi is mijn vaderland
zoveel, zo groots, toch vederlicht
mijn koffer, een schatkist, gevuld tot de rand
geluk van het leven kent geen gewicht
het paradijs in mijn koffer ging met me mee
blauw is de hemel en blauw is de zee
verder van huis nam zijn zwaarte toe
de koffer van heimwee maakt me zo moe
|
|
|
|
 |
 |
|
|
 |
|
 |
|
|
 |
|
 |
|
|
|
|
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
 |